ECLI:NL:CRVB:2017:2220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging aanspraak persoonlijke verzorging AWBZ ondanks taalbarrière
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het CIZ waarin zijn aanspraak op persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ per 14 augustus 2014 werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijk medisch advies en niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal had geleid tot gebrekkige communicatie en een ondeugdelijk medisch advies. De Raad overwoog echter dat het medisch advies mede gebaseerd was op uitgebreide informatie van de behandelend sector en dat de taalbarrière niet had geleid tot een ondeugdelijk advies.
De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de aanspraak op persoonlijke verzorging wordt bevestigd.