Uitspraak
mr. Grégoire verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. R.E.J.P.M. Rutten.
OVERWEGINGEN
30 september 2009.Vanuit de situatie dat betrokkene een werkloosheidsuitkering ontving heeft hij op 10 augustus 2014 een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uwv heeft na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige bij besluit van 13 oktober 2014 bepaald dat betrokkene met ingang van 7 oktober 2014 recht heeft op een WGA-vervolguitkering gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 %. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is gegrond verklaard bij beslissing op bezwaar van 25 maart 2015 (bestreden besluit). Daarbij is de WGA-uitkering van betrokkene nader vastgesteld en gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het Uwv heeft de proceskosten in bezwaar vastgesteld op een bedrag van € 472,-. Aan het bestreden besluit liggen ten grondslag een rapport van 9 maart 2015 van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een rapport van 25 maart 2015 van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.