ECLI:NL:CRVB:2017:2285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven ondanks beëindigde affectieve relatie
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder nadat haar echtgenoot de gezamenlijke woning had verlaten vanwege agressieproblemen. Hoewel zij en haar echtgenoot geen affectieve relatie meer hadden en in verschillende woningen stonden ingeschreven, stelde het college dat zij niet duurzaam gescheiden leefden.
Een onderzoek door de gemeente, inclusief observaties en getuigenverklaringen, leidde tot intrekking van de bijstand met ingang van 11 juni 2015. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad oordeelde dat voor de toepassing van de Participatiewet niet de affectieve relatie maar de feitelijke situatie en intentie tot duurzame scheiding doorslaggevend zijn. Omdat appellante en haar echtgenoot geen duurzame scheiding hadden bewerkstelligd, werd het hoger beroep afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.