ECLI:NL:CRVB:2017:2291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. ter Brugge
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet wonen op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand sinds 2011 en stond ingeschreven op een adres te [woonplaats 2]. Na een signaal van de politie dat zij al zeker een jaar niet op dat adres woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit, inclusief een onaangekondigd huisbezoek waarbij een digitale verklaring werd opgenomen.
Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken vanaf juli 2012 wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht omtrent het hoofdverblijf. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de digitale verslaglegging als zorgvuldig en betrouwbaar beschouwde.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk op het uitkeringsadres woonde en dat de digitale verklaring onjuist en onbetrouwbaar was. De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen en de digitale verklaring voldoende feitelijke grondslag boden voor het besluit tot intrekking. Diverse verklaringen van appellante, haar moeder en getuigen ondersteunden het oordeel dat zij slechts één à twee dagen per week op het uitkeringsadres verbleef.
De Raad verwierp de stellingen van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet feitelijk verblijven op het uitkeringsadres.