ECLI:NL:CRVB:2017:2299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na eerste ziektejaar wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, werkzaam als marketeer, meldde zich op 4 februari 2013 ziek vanwege een neurologische aandoening. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde het UWV vast dat zij vanaf 4 maart 2014 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij met passend werk meer dan 65% van haar loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische gegevens onvoldoende waren en dat haar cognitieve beperkingen, met name op het gebied van aandacht en concentratie, waren onderschat. Ook stelde zij dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld. Het UWV verzocht bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht toepassing had gegeven aan de relevante artikelen van de Ziektewet en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen stand hielden. Er was geen nieuwe medische informatie die de eerdere conclusies weersprak. De functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd, waren medisch geschikt bevonden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.