ECLI:NL:CRVB:2017:2309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en terugvordering
Appellante ontving sinds 2000 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst werd een onderzoek ingesteld naar niet gemelde werkzaamheden als schoonmaker en in de prostitutie. De bijstand werd over verschillende periodes ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat voor de periode van 1 mei 2011 tot en met 31 oktober 2011 onvoldoende grondslag bestaat voor intrekking en terugvordering. De Raad baseert zich op verklaringen, loonstaten en het onderzoek van de opsporingsambtenaar.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor dat deel, herroept het eerdere besluit en draagt het college op een nieuwe berekening en beslissing te maken over de terugvordering. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 mei 2011 tot en met 31 oktober 2011 wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.