ECLI:NL:CRVB:2017:2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wegens ontbreken acute noodzaak
Appellant, een bijstandsgerechtigde op grond van de Participatiewet, verzocht om bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten van €1.647,05. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de Zorgverzekeringswet als een voorliggende voorziening geldt en appellant slechts een beperkte aanvullende verzekering had afgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in. Hij voerde aan dat hij lijdt aan uitgebreide parodontitis die snelle behandeling vereist om ernstig kaakbotverlies of zelfs levensbedreigende bloedvergiftiging te voorkomen. Tevens stelde hij niet in staat te zijn de kosten zelf te dragen of een betalingsregeling te treffen.
De Raad oordeelde dat de Zvw als voorliggende voorziening geldt en dat de kosten boven de verzekerde vergoeding als niet noodzakelijk worden aangemerkt. De door appellant gestelde dreiging van ernstige gezondheidsschade werd niet onderbouwd met een medische verklaring. Het ontbreken van een acute noodsituatie zoals vereist door artikel 16 van Pro de Participatiewet betekent dat de bijzondere bijstand terecht is geweigerd.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.