ECLI:NL:RBNHO:2020:6324
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor tandartskosten onder de Participatiewet
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten ter hoogte van €720,60, maar deze aanvraag werd afgewezen door verweerder op grond van de Participatiewet. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 15 van Pro de Participatiewet geen bijzondere bijstand wordt verleend indien aanspraak kan worden gemaakt op een voorliggende voorziening. De Zorgverzekeringswet en het daarop gebaseerde Besluit zorgverzekering worden als zodanig beschouwd, conform vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit betekent dat tandartskosten in principe niet via bijzondere bijstand worden vergoed, ook niet als een aanvullende verzekering ontbreekt.
Eiser stelde dat de tandartskosten noodzakelijk waren voor het behoud van zijn gebit en dat zijn financiële situatie slecht was vanwege andere kosten, waaronder rechtsbijstand en verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelt echter dat geen sprake is van een acute noodsituatie zoals vereist voor vergoeding op grond van artikel 16 PW Pro. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het niet vergoeden van de kosten zou leiden tot levensbedreigende situaties of blijvend ernstig letsel.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht geen bijzondere bijstand heeft toegekend en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt ongegrond verklaard.