ECLI:NL:CRVB:2017:2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid college tot buitenbehandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van beschermingsbewind en beheer van het persoonsgebonden budget. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van aanvullende documenten, waaronder het verzoekschrift tot onderbewindstelling. De rechtbank oordeelde dat de reeds verstrekte beschikking van de kantonrechter voldoende was om de aanvraag te beoordelen en verklaarde het buitenbehandelingsbesluit onrechtmatig.
Het college ging in hoger beroep en stelde dat aanvullende gegevens noodzakelijk zijn voor een volledige beoordeling, onder meer om goedkopere alternatieven te onderzoeken en de voortgang van het bewind te monitoren. De Raad overwoog dat de beschikking van de kantonrechter de noodzaak en adequaatheid van het beschermingsbewind vaststelt en dat het college niet bevoegd is om op basis van ontbrekende aanvullende stukken de aanvraag buiten behandeling te stellen.
Verder benadrukte de Raad dat het college andere instrumenten heeft om de noodzaak van voortzetting van bewindvoering te toetsen, zoals overleg met de bewindvoerder en onderzoek naar de daadwerkelijke kosten. Anticipatie op mogelijke toekomstige wetgeving is niet aan de Raad.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd om de aanvraag bijzondere bijstand buiten behandeling te stellen; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.