Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[betrokkene](betrokkene),
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om bijzondere bijstand voor de eenmalige intakekosten van een nieuwe bewindvoerder af te wijzen. Betrokkene was eerder onder bewind gesteld bij een andere bewindvoerder, die wegens een vertrouwensbreuk werd ontslagen en vervangen door eiseres.
Het college weigerde bijzondere bijstand voor de intakekosten omdat zij deze kosten niet noodzakelijk achtte, stellende dat de oude bewindvoerder de bewindvoering had kunnen voortzetten. De rechtbank oordeelt dat de noodzaak van de benoeming van een nieuwe bewindvoerder is vastgesteld door de kantonrechter, die het ontslag van de oude bewindvoerder en de benoeming van de nieuwe heeft uitgesproken.
De rechtbank stelt dat de beleidsregels van het college, die intakekosten bij een vertrouwensbreuk standaard als niet noodzakelijk bestempelen, in strijd zijn met artikel 35 van Pro de Participatiewet. De intakekosten zijn daarom noodzakelijk en de bijzondere bijstand moet worden toegekend. Tevens wordt het griffierecht en een kleine vergoeding voor proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst bijzondere bijstand toe voor de intakekosten van de nieuwe bewindvoerder en vernietigt het bestreden besluit voor zover het deze kosten betreft.