Uitspraak
1 maart 2016, 14/3698, in het geding tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college).
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een hoger beroepzaak over de Wet werk en bijstand (WWB), stellende dat de rechter zijn onpartijdigheid had geschonden door voorafgaand aan de zitting een standpunt in te nemen over de procedure en inhoud.
De behandelend rechter had in een brief aan het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aangegeven dat er geen specifieke vragen waren en dat het college niet op de zitting hoefde te verschijnen. Verzoeker meende dat dit de indruk wekte dat de zitting geen waarde had en dat de beslissing al genomen was.
De Raad overwoog dat een wrakingsgrond moet berusten op feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormen. De reactie van de rechter was een gebruikelijke procedurehandeling en impliceerde geen vooringenomenheid of dat de inhoudelijke beslissing al was genomen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 juli 2017.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.