ECLI:NL:CRVB:2017:2411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV tot beëindiging recht op ziekengeld bij psychische klachten
Appellant was productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij vanaf 26 maart 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Dit besluit werd bevestigd door eerdere uitspraken.
Na een nieuwe ziekmelding op 12 mei 2014 en een medisch onderzoek door een verzekeringsarts, stelde het UWV opnieuw vast dat appellant geen recht op ziekengeld had. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de brief van de GZ-psycholoog geen aanleiding gaf tot het aannemen van meer beperkingen en dat er geen wezenlijk andere situatie was op 12 mei 2014 ten opzichte van 26 maart 2014.
Daarmee is het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld terecht en blijft dit in stand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 12 mei 2014.