ECLI:NL:CRVB:2017:2430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.H.M. van de Ven
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum bijstand en toepassing schoolverlaterskorting
Appellant vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2014, maar het college kende bijstand toe vanaf 29 december 2014, omdat appellant tot die datum studiefinanciering ontving die als voorliggende voorziening geldt.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde aan dat de bijstand eerder toegekend moest worden en dat de studiefinanciering terugbetaald moest worden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het college terecht de schoolverlaterskorting toepaste zonder een verwijtbaarheidstoets.
In hoger beroep verschenen appellant en zijn gemachtigde niet, ondanks oproep. De Raad stelde vast dat dit gevolgen kon hebben voor de feitenvaststelling en de beoordeling van de beroepsgronden, maar besloot het geschil inhoudelijk te beoordelen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de ingangsdatum van de bijstand terecht niet werd gewijzigd en dat de toepassing van de schoolverlaterskorting conform de wet was. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de bijstand ingaat op 29 december 2014 en de schoolverlaterskorting terecht is toegepast.