Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 5.598,46 bruto van appellant teruggevorderd.
9 september 2013 tot en met 1 december 2013 en het bedrag van de terugvordering is teruggebracht naar € 4.034,86 bruto.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WAO-uitkering en werd geconfronteerd met een terugvordering nadat op zijn woonadres een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het UWV stelde op basis van een politierapport en een rapport werknemersfraude dat appellant in de periode voorafgaand aan de ontdekking inkomsten uit de hennepkwekerij had genoten die niet waren gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af, waarbij werd geoordeeld dat er voldoende aanwijzingen waren voor een eerdere oogst en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kwekerij pas kort voor ontdekking in werking was getreden, dat hij opgenomen was in het ziekenhuis en dat er geen eerdere oogst was geweest.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de aanwijzingen voor een eerdere oogst overtuigend waren en dat het UWV terecht de inkomsten schattenderwijs had vastgesteld. De medische en financiële omstandigheden van appellant vormden geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.