ECLI:NL:CRVB:2017:2452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens money transfers na onvoldoende bewijs
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bijstand van appellante over de periode maart tot november 2009 in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het besluit was gebaseerd op de stelling dat appellante money transfers had verricht met haar paspoort, wat zij niet had gemeld.
De Raad stelde in een tussenuitspraak vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat appellante zelf de transacties verrichtte, omdat het bewijs slechts bestond uit een uitdraai van de Financial Intelligence Unit waaruit bleek dat het paspoort van appellante was gebruikt. Appellante leverde tegenbewijs door een aangifte van vermissing van haar paspoort en bankafschriften die aantoonden dat zij op de transactiedagen elders was.
Het college handhaafde het besluit met een nadere motivering, maar de Raad oordeelde dat het gebrek niet was hersteld. De bewijslast lag bij het college, dat niet aannemelijk had gemaakt dat appellante zelf de money transfers verrichtte. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het eerdere besluit herroepen wegens onvoldoende bewijs dat appellante zelf de money transfers verrichtte.