ECLI:NL:CRVB:2017:2481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens discriminatie bij onderzoek vermogen
Appellant ontving sinds 1992 bijstand en werd onderzocht op bezit van onroerend goed in Turkije. De sociale recherche ontdekte dat appellant eigenaar was van bouwgrond, wat niet was gemeld. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van het vrij te laten vermogen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onrechtmatig was, met name vanwege discriminatie, omdat alleen bijstandsgerechtigden van Turkse afkomst werden onderzocht. De Raad overwoog dat het college bevoegd is onderzoek te doen, maar dat het onderscheid op grond van afkomst zeer zwaarwegend moet worden gerechtvaardigd.
Het college kon deze rechtvaardiging niet leveren, omdat het enkel stelde dat onderzoek in andere landen moeilijk was, zonder dit aannemelijk te maken. Dit leidde tot de conclusie dat het onderzoek discriminerend was en de bevindingen uit het Turkse onderzoek niet als bewijs konden dienen. Het besluit tot intrekking werd daarom vernietigd en het college veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wegens niet gemeld bezit van onroerend goed in Turkije wordt vernietigd wegens discriminatie, met veroordeling tot schadevergoeding.