ECLI:NL:CRVB:2017:2482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet melden verplaatsing woonplaats naar België bevestigd
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en gaf een woonadres in Nederland op. Uit onderzoek bleek dat hij zijn hoofdverblijf vanaf november 2013 naar België had verplaatst, waar hij ook gehuwd was en kinderbijslag ontving. Het college trok de bijstand in en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank had de boete gehalveerd en afgerond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat appellant zijn woonplaats daadwerkelijk had verplaatst en dit niet had gemeld. De Raad verwierp het verweer dat appellant alleen in het weekend in België verbleef en dat hij geen vaste contactpersoon had bij de gemeente.
De Raad stelde vast dat appellant geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid en dat zijn huidige inkomen boven bijstandsniveau lag, zodat geen verdere matiging van de boete op grond van draagkracht mogelijk was. De boete werd vastgesteld op €3.508,52, het meest gunstige bedrag volgens de geldende regelgeving. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens niet melden van de verplaatsing van de woonplaats naar België is vastgesteld op €3.508,52.