ECLI:NL:CRVB:2007:BA8305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verlies woonplaats in gemeente Sluis
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis stelde een onderzoek in naar het hoofdverblijf van betrokkene, die bijstand ontving. Uit het onderzoek van de sociale recherche bleek dat betrokkene sinds maart 2003 niet meer hoofdzakelijk in haar woning verbleef, maar rondreisde met de kermis. Op grond hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Betrokkene voerde aan dat zij haar woonstede niet had opgegeven en dat het hoger beroep niet ontvankelijk was wegens formele gebreken. De Raad oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was en dat het onderzoek voldoende feiten bevatte om te concluderen dat betrokkene niet meer woonachtig was in de gemeente Sluis.
De Raad stelde vast dat betrokkene haar inlichtingenplicht had geschonden, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd waren. Echter, de opgelegde verlaging van de bijstand was onrechtmatig omdat betrokkene ten tijde van de maatregel geen recht meer had op bijstand. De Raad vernietigde daarom dat deel van het besluit en herroept het besluit tot verlaging.
De rechtbank had eerder het besluit vernietigd omdat het onderzoek onvoldoende was gericht op de vraag of betrokkene haar woonstede had prijsgegeven. De Raad corrigeerde dit en oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren, maar de maatregel niet.
De Raad wees een proceskostenveroordeling af en deed uitspraak op 19 juni 2007.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, maar de opgelegde verlaging en daaraan gekoppelde terugvordering worden vernietigd.