ECLI:NL:CRVB:2017:2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand naar gehuwdennorm met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving bijstand als alleenstaande vanaf augustus 2013. Appellante meldde zich in mei 2014 aan op het uitkeringsadres, maar de feitelijke inschrijving in de BRP vond pas in augustus 2014 plaats. Het college voerde een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek in juli 2014, waaruit bleek dat appellante niet daadwerkelijk op het adres woonde.
Appellanten vroegen bijstand naar de gehuwdennorm met terugwerkende kracht vanaf mei 2014, maar het college wees dit af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het huisbezoek onzorgvuldig was en dat appellante toen in Duitsland was, maar de Raad verwierp deze gronden.
De Raad oordeelde dat de aanmelding in de BRP en het wijzigingsformulier geen bijzondere omstandigheden vormen. De verklaring van appellant en het huisbezoek bevestigden dat appellante niet woonachtig was op het adres. De intrekking van de bijstand per augustus 2014 is onherroepelijk. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand naar de gehuwdennorm wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.