ECLI:NL:CRVB:2017:2498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens grove schuld bij niet-melden werkzaamheden rij-instructrice
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verrichtte werkzaamheden als rij-instructrice zonder deze tijdig te melden aan het college, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond. Het college legde haar een boete op, die na bezwaar werd verlaagd maar in eerste aanleg door de rechtbank werd gehandhaafd.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college niet heeft aangetoond dat appellante willens en wetens de werkzaamheden verzweeg, waardoor het oorspronkelijke besluit vernietigd wordt. Wel is sprake van grove schuld vanwege nalatigheid en bewustzijn van de meldplicht.
Gezien de persoonlijke omstandigheden en financiële draagkracht van appellante wordt de boete gematigd tot 18 maal 10% van de bijstandsnorm, wat neerkomt op € 1.775,74. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van individuele beoordeling van verwijtbaarheid en evenredigheid bij het opleggen van bestuurlijke boetes in het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: Boete wegens niet-melden werkzaamheden vastgesteld op € 1.775,74 wegens grove schuld en draagkracht.