ECLI:NL:CRVB:2017:2500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm zonder uitzondering wegens ontbreken schriftelijke huurovereenkomst
Appellant ontvangt bijstand en woont in een woonwagen waar ook mevrouw S. een kamer huurt. Het college heeft de bijstand van appellant verlaagd met toepassing van de kostendelersnorm, omdat appellant niet kon aantonen dat sprake was van een commerciële huurovereenkomst met S, zoals vereist voor een uitzondering op de kostendelersnorm.
Appellant overhandigde een schriftelijke huurverklaring gedateerd 21 oktober 2015, maar deze voldeed niet aan de vereisten omdat essentiële elementen zoals de huurprijs, duur en betalingsdata ontbraken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de uitzondering niet van toepassing was.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de kostendelersnorm terecht is toegepast. De uitzondering vereist een schriftelijke overeenkomst met een commerciële prijs, die op 1 juli 2015 nog niet bestond. Ook de huurverklaring van oktober 2015 voldoet niet aan deze eis vanwege het ontbreken van de huurprijs. De Raad wijst erop dat indien later alsnog een geldige schriftelijke overeenkomst wordt gesloten, appellant dit aan het college kan melden voor toepassing van de uitzondering.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De kostendelersnorm wordt toegepast omdat geen geldige schriftelijke huurovereenkomst met commerciële prijs is overlegd.