ECLI:NL:CRVB:2017:2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting eigenrisicodrager WIA en kwalificatie invorderingsbrief als besluit
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die oordeelde dat een invorderingsbrief van 26 juni 2014 niet als besluit met rechtsgevolg kon worden aangemerkt. Betrokkene is eigenrisicodrager voor de WIA-uitkering van twee werknemers en werd door het UWV via een besluit van 28 mei 2014 verplicht tot terugbetaling van €41.779,65.
De brief van 26 juni 2014 stelde een betalingstermijn van zes weken vast en bevatte een bezwaarclausule. De rechtbank vond dat deze brief geen besluit was omdat zij niet gericht was op rechtsgevolg. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere jurisprudentie en het toepasselijke artikel 4:86 Awb Pro, waarin is bepaald dat een betalingsverplichting pas ontstaat als een beschikking zowel het bedrag als de betalingstermijn vermeldt.
De Raad stelt dat het terugvorderingsbesluit van 28 mei 2014 wel een geldschuld creëert, maar zonder betalingstermijn nog geen betalingsverplichting. Die ontstaat pas met de brief van 26 juni 2014, die daarom als besluit moet worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.