ECLI:NL:CRVB:2017:2615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging weigering ZW-uitkering wegens geschiktheid maatgevende arbeid
Betrokkene was werkzaam als medewerker klantenservice voor 27,5 uur per week en meldde zich ziek met psychische klachten. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd zij 100% arbeidsongeschikt geacht, maar later beëindigde het UWV haar ZW-uitkering omdat zij volgens verzekeringsartsen weer geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Betrokkene voerde lichamelijke klachten aan na haar bevalling die haar verhinderen te werken.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht de ZW-uitkering had geweigerd, waarbij het medische onderzoek zorgvuldig was. In hoger beroep betoogde betrokkene dat zij door haar klachten niet kon werken, terwijl het UWV stelde dat de beoordeling op artikel 19 ZW Pro was gebaseerd en dat de ongeschiktheid gerelateerd aan zwangerschap en bevalling pas daarna aan de orde komt.
De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat betrokkene per 19 oktober 2015 weer geschikt was voor haar maatgevende arbeid. De medische beoordelingen zijn zorgvuldig en overtuigend onderbouwd. Het verzoek om een deskundige te benoemen wordt afgewezen. Het hoger beroep van betrokkene wordt verworpen en het incidenteel hoger beroep van het UWV wordt toegewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geen recht meer heeft op ZW-uitkering omdat zij weer geschikt is voor haar maatgevende arbeid.