ECLI:NL:CRVB:2017:264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording
Appellant ontving in 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) van €15.558,43 van het Zorgkantoor. Bij besluit stelde het Zorgkantoor het pgb voor dat jaar echter op nihil vast vanwege het ontbreken van een verantwoording van de besteding. Appellant voerde bezwaar aan, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Limburg bevestigde dat appellant niet voldeed aan de verplichtingen om de besteding te verantwoorden, waardoor het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen.
In hoger beroep stelde appellant dat met de overgelegde declaratieformulieren aan de verantwoording was voldaan en dat terugvordering onterecht was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overgelegde stukken betrekking hadden op 2010 en niet op 2011, en dat appellant geen andere stukken had overgelegd waaruit bleek dat de zorg waarvoor het pgb was verstrekt daadwerkelijk was verleend en betaald.
De Raad bevestigde dat het Zorgkantoor op grond van de Regeling subsidies AWBZ en de Algemene wet bestuursrecht bevoegd was het pgb lager vast te stellen en de voorschotten terug te vorderen. Er waren geen omstandigheden die terugvordering in redelijkheid in de weg stonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.