ECLI:NL:CRVB:2017:2678
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding gebitsrehabilitatie en ingangsdatum Wuv-toekenningen bevestigd
Appellante, geboren in 1942, diende meerdere aanvragen in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Haar verzoek om vergoeding voor gebitsrehabilitatie werd afgewezen omdat een zogenoemde rode draad van langdurige tandheelkundige problemen sinds de oorlog ontbrak. De Raad vond dit standpunt, gebaseerd op medisch advies, voldoende onderbouwd.
Verder werd de ingangsdatum van de Wuv-uitkeringen vastgesteld op de datum van de laatste aanvraag in 2014, zonder terugwerkende kracht naar eerdere aanvragen in 2001 en 2005. Dit omdat destijds de psychische klachten niet het niveau van een ziekte of gebrek bereikten. De Raad verwierp het beroep op een eerder tijdstip, mede gelet op medische adviezen van destijds.
Appellante vorderde tevens een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Raad constateerde dat de procedure langer dan anderhalf jaar duurde zonder bijzondere omstandigheden en kende daarom een vergoeding van € 500 toe. Tevens werden proceskosten van € 247,50 aan appellante toegekend.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de bestreden besluiten en veroordeelde de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Beroepen ongegrond verklaard, vergoeding gebitsrehabilitatie afgewezen, ingangsdatum Wuv-uitkeringen bevestigd, schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.