ECLI:NL:CRVB:2017:330
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum toekenning uitkeringen op grond van Wuv en Wubo zonder ambtelijke fout
Appellante heeft in 2000 aanvragen ingediend op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), die destijds zijn afgewezen. In 2012 heeft zij opnieuw verzocht om toekenning, wat ook werd afgewezen, waarna zij bezwaar maakte. De Raad verklaarde het beroep gegrond en beval verweerder opnieuw te beslissen.
Verweerder heeft vervolgens de uitkeringen toegekend met ingang van de datum van het hernieuwde verzoek in 2012. Appellante stelde dat de ingangsdatum met terugwerkende kracht van vijf jaar had moeten worden vastgesteld. Verweerder handhaafde echter zijn standpunt dat alleen bij een aan hem toe te rekenen ambtelijke fout een eerdere ingangsdatum kan worden vastgesteld.
De Raad oordeelt dat geen sprake is van een ambtelijke fout die aan verweerder kan worden toegerekend, omdat op basis van de oorspronkelijke verzoeken uit 2000 niet duidelijk was dat appellante recht had op toekenning. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde ingangsdatum van de uitkeringen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de uitkeringen wordt bevestigd op de datum van het hernieuwde verzoek in 2012.