ECLI:NL:CRVB:2017:2705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken handtekening en DigiD-verificatie
Betrokkene diende een bezwaar in tegen besluiten van het UWV over herziening van een WW-uitkering en een boete. Dit bezwaar werd ingediend via een klachtformulier zonder DigiD-verificatie en was niet ondertekend. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste ondertekening en identiteitstoets.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat het UWV het verzuim had moeten herstellen door betrokkene uit te nodigen voor ondertekening. Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
De Raad oordeelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had gehad om het verzuim te herstellen, dat de communicatie via e-mail mogelijk was en dat het ontbreken van DigiD-verificatie niet kon worden gecompenseerd door andere middelen. Daarom was het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van ondertekening en DigiD-verificatie.