ECLI:NL:CRVB:2017:2717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- F. Hoogendijk
- N.R. Docter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen en onjuiste verrekening bijstandsschuld ongedaan gemaakt
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf november 2012. Het college trok deze bijstand in 2015 in wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de kosten terug. Later kende het college opnieuw bijstand toe op basis van de Participatiewet (PW), waarbij het vermogen van appellant negatief werd vastgesteld en een schuld aan het college werd vastgesteld.
Het college hield vanaf september 2015 maandelijks een bedrag in op de bijstand voor schuldaflossing. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening, stellende dat zijn draagkracht onjuist was vastgesteld en dat hij meer schulden had dan het college aannam. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en bepaalde dat het college vanaf 7 december 2015 niet meer mocht verrekenen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de draagkracht al vanaf 1 september 2015 onjuist is vastgesteld, waardoor de verrekening vanaf die datum onrechtmatig was. Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten en de proceskosten in hoger beroep. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot herroeping van de verrekening van schuld vanaf 1 september 2015 en tot vergoeding van gemaakte bezwaar- en proceskosten.