ECLI:NL:CRVB:2017:2721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard
Appellante ontving bijstand vanaf juni 2014. Het dagelijks bestuur trok deze bijstand bij besluit van 31 maart 2015 met terugwerkende kracht in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet tijdig bezwaar zou hebben gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het dagelijks bestuur niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit van 31 maart 2015 correct was verzonden. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan onvoldoende bewijs leverde van verzending, omdat de verzendadministratie niet deugde en het besluit niet aangetekend was verzonden.
Hierdoor was de bezwaartermijn niet gestart op 1 april 2015, maar pas op 29 juli 2015 toen het besluit daadwerkelijk werd toegezonden. Het e-mailbericht van appellante van 6 augustus 2015 werd als tijdig bezwaar aangemerkt. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het dagelijks bestuur op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand is terecht ontvankelijk verklaard en het besluit van 22 januari 2016 wordt vernietigd.