Uitspraak
28 juli 2015, 14/4633 en 14/4602 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met een autisme spectrum stoornis en een beneden gemiddelde intelligentie, heeft een indicatie voor AWBZ-zorg aangevraagd. Het CIZ heeft hem geïndiceerd voor begeleiding individueel, klasse 2, wat neerkomt op 2 tot 3,9 uur begeleiding per week. Appellant heeft bezwaar gemaakt en stelde dat hij begeleiding klasse 3 nodig heeft vanwege extra zorgbehoefte bij spanning en ziekte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de indicatie klasse 2 passend is. In hoger beroep heeft appellant dit standpunt gehandhaafd en verwezen naar een advies van Welpart waarin werd gesteld dat hij gemiddeld één week per maand ziek is en dan extra begeleiding nodig heeft.
De Raad heeft echter vastgesteld dat het ziekteverzuim na het terugbrengen van het aantal werkuren van 36 naar 26 nauwelijks heeft plaatsgevonden. Dit blijkt uit het behandelplan van de begeleider. Hierdoor is er geen reden om af te wijken van de indicatie klasse 2. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 januari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de indicatie begeleiding individueel klasse 2 passend is en verklaart het hoger beroep ongegrond.