ECLI:NL:CRVB:2017:2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel 100% verlaging bijstand wegens niet meewerken aan competentietraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd aangemeld voor een competentietraject bij ATC B.V. Dit traject had tot doel zijn arbeidscompetenties in kaart te brengen en zijn bemiddelbaarheid te vergroten. Appellant begon het traject maar stopte na één dag, waarna het college een maatregel oplegde door zijn bijstand met 100% te verlagen gedurende een maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het traject niet passend was, dat er sprake was van arbeidsverdringing en concurrentievervalsing, dat privacygevoelige informatie onrechtmatig was verstrekt en dat de huisregels onredelijk waren. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het traject aan te wijzen, dat het traject maatwerk was en dat appellant verplicht was mee te werken.
De Raad verwierp de stelling dat het traject leidde tot arbeidsverdringing en vond dat de gegevensverstrekking aan ATC was geautoriseerd. Ook was de huisregel over het gebruik van mobiele telefoons redelijk. Omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij geen verwijt kon worden gemaakt, was de maatregel terecht opgelegd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De maatregel tot 100% verlaging van de bijstand gedurende een maand wegens niet meewerken aan het competentietraject wordt bevestigd.