Uitspraak
OVERWEGINGEN
17 december 2014 vermeld dat de door de primaire arbeidsdeskundige geselecteerde functies geschikt zijn en dat de conclusie van de primaire arbeidsdeskundige juist is.
artikel 6:22 van Pro de Awb.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 14 maart 2014 een WAJONG-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant, ondanks psychische beperkingen, in staat is meer dan 75% van het maatmanloon te verdienen. Dit oordeel was gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat de diagnose ADHD onjuist was en dat hij een persoonlijkheidsstoornis heeft, wat zijn arbeidsvermogen verder beperkt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de behandelend psychiater bevestigden echter dat de beperkingen in de FML een juist beeld geven van zijn functionele mogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de diagnose niet doorslaggevend is, maar de functionele beperkingen per de relevante datum. De Raad acht het motiveringsgebrek van het UWV in eerste aanleg gepasseerd omdat dit in hoger beroep is hersteld. De Raad vergoedt het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WAJONG-uitkering omdat hij in staat is meer dan 75% van het maatmanloon te verdienen.