ECLI:NL:CRVB:2017:2842
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugwerkende kracht toeslag op grond van de Wubo
Appellante, erkend als vervolgingsslachtoffer, ontving sinds 1 september 2009 een toeslag op grond van artikel 19 van Pro de Wubo. Zij verzocht in 2015 om deze toeslag met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf eerdere data, waaronder 1 mei 2000.
Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen en verwees naar het beleid dat terugwerkende kracht bij herziening maximaal vijf jaar bedraagt vanaf de datum van het verzoek. Appellante stelde onvoldoende geïnformeerd te zijn geweest over dit beleid.
De Raad oordeelde dat zelfs bij een toerekenbare ambtelijke fout de terugwerkende kracht niet meer dan vijf jaar kan bedragen. Het nalaten van appellante om rechtsmiddelen tegen het oorspronkelijke besluit uit 2009 te gebruiken, betekent dat het verzoek nu aan strikte regels wordt getoetst.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot terugwerkende kracht van de toeslag wordt ongegrond verklaard.