ECLI:NL:CRVB:2017:2924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekerdheid voor AWBZ wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellant heeft verzocht om vaststelling van zijn verzekering voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) omdat hij sinds 2013 op het adres van zijn broer in Nederland woont, hoewel hij niet is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba).
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft appellant vanaf 2 april 2001 niet verzekerd geacht, omdat hij toen uitgeschreven is uit de gba wegens verhuizing naar België en er geen aanwijzingen zijn dat hij als ingezetene van Nederland moet worden beschouwd. Tijdens de procedure heeft appellant bewijs aangeleverd, waaronder een verklaring van zijn broer, bankafschriften en correspondentie van de Belastingdienst en een zorgverzekeraar.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de Svb niet volledig was en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij een duurzame persoonlijke band met Nederland heeft. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat inschrijving in de gba niet doorslaggevend is en dat hij feitelijk in Nederland woont.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt dat inschrijving in de gba weliswaar een aanwijzing is, maar dat de totale feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn. De overgelegde stukken zijn onvoldoende overtuigend om appellant als ingezetene aan te merken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak bevestigd dat appellant niet verzekerd is voor de AWBZ wegens het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland.