Betrokkene, een EU-burger en studente aan de Universiteit van Amsterdam, ontving studiefinanciering gekoppeld aan tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Na het niet tijdig indienen van een verlengingsaanvraag voor studiefinanciering per 1 februari 2013, wees appellant deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat sprake was van een stilzwijgend verlengde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat appellant betrokkene een verlengingsformulier had moeten aanbieden. Appellant stelde in hoger beroep dat weigering conform het controlebeleid migrerend werknemerschap was.
De Raad stelt vast dat de beleidsregel en toekenningsbesluiten niet duidelijk maakten dat studiefinanciering voor bepaalde tijd werd toegekend en dat verlenging binnen zes weken na afloop vereist was. Door de gang van zaken en communicatie was betrokkene onvoldoende geïnformeerd over deze voorwaarden.
Gezien deze omstandigheden en de bevestiging van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, oordeelt de Raad dat appellant de hardheidsclausule had moeten toepassen en studiefinanciering vanaf 1 februari 2013 had moeten toekennen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.