ECLI:NL:CRVB:2017:3023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in kinderbijslagzaak
Appellante had een aanvraag om kinderbijslag voor het vierde kwartaal van 2011 en het eerste kwartaal van 2012 ingediend, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige verblijfsstatus. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Naar aanleiding van het arrest Chavez Vilchez e.a. heeft de Svb haar standpunt gewijzigd en alsnog kinderbijslag toegekend met ingang van het vierde kwartaal 2011, inclusief wettelijke rente en vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in bezwaar.
Appellante verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad beoordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden, mede omdat de tijd die gemoeid was met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing bij het Hof van Justitie van de Europese Unie buiten beschouwing bleef. Ook achtte de Raad geen reden om de standaardtermijnen te verkorten ondanks de bijzondere omstandigheden van het kind.
De Raad stelde de proceskostenvergoeding vast op €4.083,75 en veroordeelde de Svb tot betaling hiervan en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen; Svb wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.