ECLI:NL:CRVB:2017:3101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld op grond van Ziektewet wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, die als orderpicker werkte en ziek werd gemeld met lichamelijke klachten, ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant ongeschikt was voor zijn oude functie, maar wel geschikt voor andere passende functies. Het UWV besloot daarom het ziekengeld te beëindigen per 31 juli 2015.
Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij aanvullend medisch onderzoek plaatsvond. De beperkingen werden bevestigd, maar de arbeidsdeskundige bleef van mening dat appellant geschikt was voor passende arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om de beperkingen te vergroten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog volledig arbeidsongeschikt was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische grondslag juist was en dat appellant medisch geschikt was voor de geselecteerde functies. Er was geen nieuwe medische informatie die dit tegensprak. De Raad bevestigde het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer had op ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.