ECLI:NL:CRVB:2017:3108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor premie aanvullende ziektekostenverzekering
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een aanvullende zorgverzekering. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit verzoek af omdat het beleid voorziet in een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een inkomen tot 130% van het minimumloon, waarbij een deel van de premie wordt vergoed, maar geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor aanvullende verzekeringen buiten deze collectieve regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat het college binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gebleven door alleen tegemoetkoming te verlenen aan deelnemers van de collectieve verzekering. Appellant neemt niet deel aan deze collectieve verzekering en kan daarom geen aanspraak maken op een tegemoetkoming.
Daarnaast heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere individuele omstandigheden zijn die de extra kosten van de aanvullende verzekering noodzakelijk maken. Volgens vaste rechtspraak behoren de premiekosten van een aanvullende ziektekostenverzekering niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van de Participatiewet.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de premie van een aanvullende ziektekostenverzekering wordt bevestigd.