ECLI:NL:CRVB:2017:311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- H.C.P. Venema
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een melding dat appellant voornamelijk bij zijn vriendin verbleef, is onderzoek verricht naar zijn woon- en leefsituatie. Diverse onderzoeken, waaronder huisbezoek en verklaringen van getuigen, wezen op onduidelijkheid en tegenstrijdigheden over het hoofdverblijf van appellant en zijn vriendin.
Het college trok de bijstand met ingang van 2 april 2014 in en vorderde de kosten terug wegens onduidelijkheid over het recht op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen schending van de inlichtingenplicht was en dat zijn vriendin niet haar hoofdverblijf bij hem had.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat er gerede twijfel bestond over de woon- en leefsituatie, mede door tegenstrijdige verklaringen en het niet volledig verstrekken van informatie door appellant. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.