ECLI:NL:CRVB:2017:3125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskrediet op grond van niet-levensvatbaarheid bedrijf volgens Bbz 2004
Appellant exploiteerde sinds 2009 een bedrijf en vroeg meerdere keren bedrijfskrediet aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college wees deze aanvragen af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op een deskundigenadvies van DR Consultancy B.V. (DRC).
Appellant voerde aan dat het advies onzorgvuldig was en dat hij financieel niet in staat was een tegenadvies te laten opstellen. De Raad stelde vast dat het college terecht uitging van het advies van DRC, dat zorgvuldig tot stand was gekomen en dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had aangeleverd om de levensvatbaarheid aan te tonen. Nieuwe gegevens en ontwikkelingen na het besluitmoment konden niet worden meegewogen.
Verder werd het bezwaar tegen schending van de hoorplicht en de overschrijding van de beslistermijn verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor bedrijfskrediet werd afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.