ECLI:NL:CRVB:2017:3164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot alimentatievordering ex-partner bij bijstandsontvangst
Appellante ontvangt bijstand en is verplicht door het college om alimentatie van haar ex-partner te vorderen, conform artikel 55 van Pro de Participatiewet. De echtscheidingsconvenant bevat een afstand van alimentatie, tenzij een sociale uitkering wordt aangevraagd.
Appellante betoogde dat haar ex-partner geen draagkracht heeft vanwege schulden en beslag op pensioeninkomsten, en dat hij geen inkomsten uit zijn onderneming ontvangt. De Raad oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende zijn om te concluderen dat de vordering kansloos is. Er is geen bewijs van daadwerkelijke aflossing van schulden of beslaglegging.
Ook ontbraken dringende redenen om af te zien van de verplichting. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak van 12 september 2017 bevestigt het collegebesluit van 7 april 2015.
Uitkomst: De verplichting tot alimentatievordering wordt bevestigd omdat de vordering niet kansloos is en geen dringende redenen zijn aangetoond.