ECLI:NL:CRVB:2017:3244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstand wegens niet gemelde huurinkomsten en onderverhuur
Appellant ontving bijstand sinds oktober 2012 en huurde vanaf mei 2013 een bedrijfspand waar een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het college herzag en trok de bijstand in over de periode mei 2013 tot januari 2015 vanwege niet gemelde inkomsten uit onderverhuur en de hennepkwekerij. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door geen melding te maken van de huur en onderverhuur.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet tijdig en volledig had geïnformeerd over de inkomsten en werkzaamheden in het pand. In hoger beroep stelde appellant dat de onderhuurinkomsten lager waren dan de huurkosten en daarom niet gemeld hoefden te worden, maar dit verweer faalde.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het huren en onderverhuren van het pand relevant was voor de bijstand en dat inkomsten uit verhuur volgens de Participatiewet in mindering worden gebracht. Appellant kon het recht op bijstand niet aannemelijk maken vanwege het ontbreken van concrete bewijsstukken.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en wees de beroepsgronden met betrekking tot de hennepkwekerij onbesproken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening en intrekking van bijstand wordt bevestigd.