ECLI:NL:RBOBR:2021:6502
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afgewezen aanvraag algemene bijstand na beëindiging bedrijfsactiviteiten en onderverhuur
Eiser heeft zijn onderneming beëindigd als gevolg van de coronacrisis en is nog gebonden aan een huurovereenkomst voor het bedrijfspand tot september 2024. Hij verhuurt dit pand met toestemming onder aan een derde en ontvangt huurinkomsten die hij volledig gebruikt om de huur aan de verhuurder te voldoen.
Verweerder wees de aanvraag van eiser om bijstand af omdat hij de huurinkomsten als inkomen beschouwde waarover eiser vrijelijk zou beschikken. Eiser stelde dat hij feitelijk niet over deze inkomsten kan beschikken omdat hij contractueel verplicht is de huur te betalen.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht stelt dat hij niet redelijkerwijs kan beschikken over de huurinkomsten, omdat het gebruik daarvan voor eigen levensonderhoud zou leiden tot wanprestatie jegens verhuurder. De rechtbank vernietigde het besluit van verweerder en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling omdat eiser niet redelijkerwijs kan beschikken over de huurinkomsten.