Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 1 maart 2021 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, exploitant van een eethuis in een gehuurde bedrijfsruimte, beëindigde zijn onderneming en verhuurde de ruimte onder aan een derde. Hij ontving maandelijks €1.449,33 aan onderhuuropbrengsten, hoger dan de bijstandsnorm. Het college wees zijn aanvraag om bijstand af omdat hij redelijkerwijs over deze inkomsten kon beschikken.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene niet redelijkerwijs over deze inkomsten kon beschikken vanwege zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en stelde dat betrokkene feitelijk en redelijkerwijs kon beschikken over de onderhuuropbrengsten, die op zijn bankrekening werden gestort en vrij besteedbaar waren.
De Raad benadrukte dat het feit dat betrokkene ervoor koos de inkomsten te gebruiken voor huurbetalingen, niet betekent dat hij recht had op bijstand. Tevens is er geen ruimte voor verrekening van verwervingskosten bij de vaststelling van het inkomen volgens de Participatiewet. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van betrokkene wordt afgewezen omdat hij redelijkerwijs kon beschikken over de inkomsten uit onderverhuur.