ECLI:NL:CRVB:2017:3255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst toegekend na buitensporige werkomstandigheden
Appellante trad in 2006 in dienst bij de gemeente Rotterdam en werd in 2011 tijdens werkzaamheden bedreigd en uitgescholden. Zij meldde zich ziek en kreeg later een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het college verleende haar eervol ontslag wegens arbeidsongeschiktheid en weigerde een aanvullende uitkering toe te kennen op grond van artikel 53 van Pro het Ambtenarenreglement.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onvoldoende medische informatie bestond om het causaal verband tussen arbeidsongeschiktheid en werkomstandigheden vast te stellen. De Raad oordeelt echter dat het college en de rechtbank ten onrechte niet uitgingen van een vermoeden van causaal verband bij objectief buitensporige werkomstandigheden.
De Raad stelt dat de precieze diagnose van de psychische aandoening niet doorslaggevend is; het gaat om het ontbreken van een evident andere oorzaak. Het medisch advies dat appellante mogelijk geen posttraumatische stressstoornis heeft, is onvoldoende om het causaal verband te ontkrachten.
Daarom is er sprake van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst en heeft appellante recht op een aanvullende uitkering vanaf 23 november 2013. Het college wordt veroordeeld in de kosten en het griffierecht wordt vergoed. De eerdere besluiten worden vernietigd en de uitspraak treedt in de plaats daarvan.
Uitkomst: Appellante krijgt een aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst toegekend vanaf 23 november 2013.