ECLI:NL:CRVB:2017:3372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf in buitenland langer dan toegestane periode
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en gaven hun verblijf in het buitenland van 26 juni tot 27 juli 2015 door. Het college trok de bijstand met ingang van 25 juli 2015 in omdat het verblijf langer dan de toegestane vier weken was. Appellanten voerden aan dat zij toestemming hadden en erop mochten vertrouwen dat zij met behoud van bijstand in het buitenland konden verblijven.
De Raad oordeelde dat de wet duidelijk stelt dat bij verblijf langer dan vier weken buiten Nederland geen recht op bijstand bestaat. Het college rekent de vertrek- en terugkeerdag niet mee, waardoor het recht op bijstand vanaf 25 juli 2015 verviel. Appellanten hadden zich direct bij terugkomst moeten melden, wat niet gebeurde.
Verder bleek dat het college geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan dat bijstand behouden bleef tijdens het verblijf. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland wordt bevestigd.