ECLI:NL:CRVB:2012:BY5686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending medewerkingsverplichting na detentie
Appellant ontving bijstand van februari tot oktober 2009 en verbleef daarna in detentie tot januari 2010. Na zijn ontslag vroeg hij opnieuw bijstand aan, maar weigerde mee te werken aan een huisbezoek dat de gemeente wilde uitvoeren om zijn woonsituatie te verifiëren.
De gemeente wees de aanvraag af wegens schending van de medewerkingsverplichting op grond van artikel 17, tweede lid, WWB. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek vanwege twijfels over de juistheid van de opgegeven woonsituatie, mede door tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van directe bereikbaarheid. De omstandigheid dat appellant ex-gedetineerde was, deed niet af aan zijn medewerkingsverplichting.
Ook stelde de Raad dat voor de toepassing van artikel 8:86 Awb Pro geen toestemming van partijen vereist is. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens schending van de medewerkingsverplichting door weigering van het huisbezoek.