ECLI:NL:CRVB:2017:3375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op oproepen ondanks ziekte
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd opgeroepen voor gesprekken vanwege een anonieme melding dat hij niet op zijn uitkeringsadres verbleef. Hij verscheen zonder bericht niet op de gesprekken op 1, 5 en 13 oktober 2015. Het college schortte eerst de bijstand op en trok deze later in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het college bevoegd was tot onderzoek en dat het verwijtbaar was dat appellant niet op de oproepen was verschenen. Appellant voerde medische redenen aan en stelde dat hij telefonisch zou worden opgeroepen, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het college niet onzorgvuldig handelde en dat het risico dat post niet werd ontvangen voor appellant komt. Ook ontbrak bewijs voor een toezegging tot telefonische oproep. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens verwijtbaar niet verschijnen op oproepen wordt bevestigd.