Uitspraak
OVERWEGINGEN
28 oktober 2016 niet juist zijn weergegeven.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2010 een WIA-uitkering en betwist de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 71,63% per 1 januari 2012. Psychiater Witte concludeerde dat cognitieve beperkingen ten onrechte niet in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) waren opgenomen. Het UWV handhaafde het besluit, ondanks deze expertise.
De rechtbank oordeelde eerder dat het UWV onvoldoende had gereageerd op de specifieke cognitieve beperkingen en gaf het UWV de gelegenheid het besluit te herstellen. In hoger beroep liet de Raad zich adviseren door een onafhankelijke verzekeringsarts, die een gedeeltelijke aanpassing van de FML voorstelde, maar niet alle cognitieve beperkingen van Witte overnam.
De Raad stelt vast dat de aanpassing van de FML door het UWV niet correct is met betrekking tot de cognitieve beperkingen en draagt het UWV op deze te wijzigen in overeenstemming met de bevindingen van psychiater Witte. Tevens dient, indien nodig, een aanvullend arbeidskundig onderzoek plaats te vinden. Het besluit moet binnen zes weken worden herzien.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de functionele mogelijkhedenlijst aan te passen conform de cognitieve beperkingen vastgesteld door psychiater Witte en zo nodig aanvullend arbeidskundig onderzoek uit te voeren.