ECLI:NL:CRVB:2017:3466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens te late aanvraag zonder bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten die zijn opgekomen tussen 2004 en 2012, terwijl de aanvraag pas op 10 december 2015 werd ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de gestelde termijn van twaalf maanden na het ontstaan van de kosten was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de afwijzing onterecht was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijzondere bijstand in principe niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraagdatum zijn ontstaan, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Omdat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond, was er geen grond voor verlening van bijstand.
Daarnaast werd het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college besproken, dat een termijn van twaalf maanden hanteert voor het indienen van aanvragen met terugwerkende kracht. Dit beleid werd als consistent en toelaatbaar beoordeeld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens te late indiening wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.